Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
SGR 19/180
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2020 in de zaken tussen
[eiseres] ., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil5. In geschil is of de diensten van eiseres zijn vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de Wet OB in combinatie met artikel 7, eerste lid, UB en post b33 van Bijlage B bij het UB (de vrijstelling).
10 december 2019 een beslissing heeft ontvangen op een door haar ingediend verzoek op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur (het WOB-verzoek). Zij wil daartegen bezwaar maken en stelt in haar procespositie te worden geschaad als de uitkomsten daarvan niet in onderhavige zaken kunnen worden betrokken. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 2 februari 2019 het WOB-verzoek heeft ingediend en dat op 9 september 2019, de datum waarop de rechtbank de zittingsdatum, 12 december 2019, aan eiseres bekend heeft gemaakt, nog niet was beslist op het WOB-verzoek. Eiseres had toen kunnen verzoeken om uitstel van de zitting c.q. aanhouding van onderhavige zaken totdat het WOB-verzoek zou zijn afgehandeld. Dat heeft zij echter niet gedaan. De rechtbank acht het in strijd met de goede procesorde om het pas daags voor de zitting ingediende verzoek te honoreren.
ettelijk kader
“De in onderdeel b bedoelde instellingen, behoudens die bedoeld in de posten (…) en 33 van onderdeel b, mogen niet systematisch het maken van winst beogen en, zo er wel winst wordt gemaakt, mogen zij deze niet uitkeren, maar moet die winst worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de leveringen en diensten die worden verleend.”
3. Het bewind kan eveneens worden ingesteld indien te verwachten is dat de rechthebbende binnen afzienbare tijd in de in het eerste lid bedoelde toestand zal verkeren.
4. De rechter bij wie een verzoek tot het verlenen van een voorlopige of voorwaardelijke machtiging, een observatiemachtiging of een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, dan wel een machtiging als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van die wet aanhangig is, is tevens bevoegd tot de kennisneming van een verzoek tot instelling van het bewind.”
Inhoudelijke beoordeling
Beslissing
- verklaart de beroepen met de zaaknummers SGR 19/107, SGR 19/152, SGR 19/155,
- vernietigt de uitspraken op bezwaar in de zaaknummers SGR 19/107, SGR 19/152,
- herroept de boetebeschikkingen en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde delen van de uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten van €2.358;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 345 aan haar te vergoeden.