ECLI:NL:RBDHA:2020:2408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd
Eiser had een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd die met terugwerkende kracht per 12 juni 2018 werd ingetrokken door verweerder. Het primaire besluit werd op juiste wijze bekendgemaakt door verzending naar het laatst bekende adres in de Basisregistratie Personen (BRP). Eiser diende zijn bezwaar te laat in, namelijk op 25 februari 2019, terwijl de bezwaartermijn op 5 december 2018 eindigde.
Eiser voerde aan dat het besluit onjuist was bekendgemaakt en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege persoonlijke omstandigheden zoals werkloosheid en dakloosheid. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn verplichtingen niet was nagekomen om een juist postadres door te geven en dat de omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Ook werd geoordeeld dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A.E. Dutrieux op 24 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard vanwege tijdige bekendmaking en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.