ECLI:NL:RBDHA:2020:2284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op opschorting uitzetting wegens medische gronden bij arterioveneuze malformatie
Eiser, een Sri Lankaans staatsburger zonder geldige verblijfsvergunning, verzocht om opschorting van zijn uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige medische klachten, waaronder een arterioveneuze malformatie aan de linkerarm en andere fysieke beperkingen.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht een advies uit waarin werd geconcludeerd dat eiser in staat is te reizen en dat er geen medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan bij uitblijven van behandeling, hoewel op lange termijn invaliditeit mogelijk is. Verweerder wees het verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en concludent tot stand is gekomen en dat eiser onvoldoende concrete medische stukken of aanknopingspunten heeft geleverd om aan de juistheid van het advies te twijfelen. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet is geschonden en dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen omdat reeds op het beroep was beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarmee de uitzetting niet werd opgeschort.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van opschorting van uitzetting op medische gronden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.