ECLI:NL:RVS:2017:1975
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling wegens medische situatie en uitzetting
De vreemdeling, van Armeense nationaliteit, verzocht om uitzetting achterwege te laten vanwege haar psychische gezondheidstoestand. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de vreemdeling bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het BMA-advies onvoldoende gemotiveerd was en onvoldoende rekening hield met de medische situatie en prognose van de vreemdeling.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies wel degelijk zorgvuldig en inhoudelijk voldoende was. Het BMA had aangegeven dat het niet medisch objectief kan vaststellen of de vreemdeling de behandelomgeving in Armenië als veilig ervaart, en dat de behandelaars onvoldoende hadden geconcretiseerd waarom behandeling in heel Armenië onmogelijk zou zijn.
Verder was de klacht over het niet betrekken van een brief over mantelzorg ongegrond, omdat het BMA deze aspecten reeds in eerdere adviezen had betrokken. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De beoordeling van andere beroepsgronden werd niet meer aan de orde gesteld.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot uitzetting blijft in stand.