ECLI:NL:RBDHA:2020:228
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijk gemaakte identiteit en familierechtelijke relatie
Eiseres, een Eritrese vrouw, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, omdat zij haar identiteit en haar familierechtelijke relatie met de referent niet aannemelijk zou hebben gemaakt. De rechtbank overweegt dat eiseres geen officiële documenten heeft overgelegd die haar identiteit kunnen bevestigen. Verweerder heeft terecht geoordeeld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen officiële documenten kan overleggen, mede gelet op het Algemeen Ambtsbericht Eritrea.
Daarnaast zijn de overgelegde onofficiële documenten, waaronder een foto, een kopie van een schoolrapport, een Soedanese arbeiderspas en huwelijksakten, onvoldoende substantieel bewijs. Bureau Documenten heeft vastgesteld dat enkele documenten vals zijn en dat het huwelijk is voltrokken op een niet-bestaande datum. Hierdoor is er sprake van een contra-indicatie voor aanvullend onderzoek.
Eiseres heeft voorts aangevoerd dat de hoorplicht is geschonden, maar de rechtbank oordeelt dat verweerder terecht van het horen in bezwaar heeft afgezien omdat het bezwaar geen andersluidend besluit kon opleveren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van identiteit en familierechtelijke relatie.