Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Is er echter geen sprake van dergelijke omstandigheden, dan moet het ontbreken van officiële bewijsstukken waaruit de gezinsband blijkt en het eventuele gebrek aan plausibiliteit van de daarover gegeven uitleg, eenvoudigweg worden aangemerkt als elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij de individuele beoordeling van alle relevante elementen van het geval en is verweerder niet vrijgesteld van de in artikel 11, lid 2, van de Gezinsherenigingsrichtlijn opgenomen verplichting om rekening te houden met andere bewijzen (rechtsoverweging 68).
Het Hof benadrukt andermaal dat uit artikel 11, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn expliciet volgt dat ontbreken van bewijsstukken niet de enige reden mag zijn voor de afwijzing van een verzoek en dat de lidstaten in dergelijke gevallen verplicht zijn om rekening te houden met andere bewijzen van het bestaan van een gezinsband (rechtsoverweging 69).
Ter zitting heeft verweerder zijn standpunt aangevuld met de stelling dat de overgelegde e-mailberichten van de drie benaderde contra-experts onvoldoende zijn om aannemelijk te maken dat er absoluut geen contra-experts beschikbaar zijn. Daartoe stelt verweerder dat het niet aan verweerder is om aan te tonen dat er wel andere contra-experts beschikbaar zijn.
1. De basis- en variabele gegevens zijn aangebracht met een printtechniek (toner).
2. De verschijningsvorm wijkt af.
3. Het document is voorzien van afdrukken van inktstempels en handgeschreven handtekeningen ter autorisatie en legalisatie.
4. De legalisatie van het ministerie van Buitenlandse zaken wijkt af.
5. De opmaak en afgifte wijkt af.
Gelet op het gestelde in punt 2.1.2 , 2.1.5 en het beschikbare referentie materiaal is het document vals. Gelet op het gestelde in punt 2.1.4. is de legalisatie vals.”