ECLI:NL:RBDHA:2020:2085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdrachtsbesluit Dublin-Frankrijk ondanks zorgen over opvang en mensenhandel
Eiseres, samen met haar minderjarige kind, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar haar aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiseres voerde aan dat de opvangomstandigheden in Frankrijk onmenselijk zijn en dat zij risico loopt op schending van haar rechten, mede vanwege haar psychische klachten en ervaringen met mensensmokkelaars.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs mocht baseren op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het beroep op het arrest Tarakhel en andere jurisprudentie werd verworpen omdat de situatie in Frankrijk niet vergelijkbaar is met die in Italië.
Eiseres stelde ook dat zij niet in de gelegenheid was gesteld aangifte te doen van mensenhandel en verwees naar Richtlijn 2004/81/EG. De rechtbank constateerde dat Nederland deze richtlijn niet correct heeft geïmplementeerd, maar dat artikel 6 van Pro de richtlijn rechtstreeks toepasbaar is, waardoor geen verwijderingsmaatregel tegen eiseres en haar kind kan worden uitgevoerd zolang de bedenktijd loopt. Omdat van daadwerkelijke verwijdering nog geen sprake was, faalde ook deze beroepsgrond.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter P.H. Banda en griffier A. Korporaal-Wisman op 9 maart 2020 in Zwolle.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard.