ECLI:NL:RBDHA:2020:2084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en weigering verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid en Besluit 1/80
Eiser, van Turkse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid bij zijn ex-echtgenote. Na beëindiging van het huwelijk en het intrekken van de vergunning met terugwerkende kracht, heeft eiser bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen de besluiten van de staatssecretaris. De rechtbank oordeelde eerder dat eiser tot 24 september 2016 rechten kon ontlenen aan artikel 6 van Pro het Besluit 1/80, maar dat na die datum geen recht meer bestond.
In het bestreden besluit werd de verblijfsvergunning ingetrokken per 24 september 2016 en werd geweigerd een verblijfsvergunning te verlenen op grond van het driejarenbeleid. Eiser stelde dat zijn langdurige ziekte en werkloosheid te wijten waren aan verweerder en dat hij tot 10 april 2018 legale arbeid had verricht, maar dit werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
De rechtbank bevestigde dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van het driejarenbeleid omdat er reeds een onherroepelijke beslissing was genomen binnen drie jaar na de aanvraag. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.