ECLI:NL:RBDHA:2020:15518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake vaststelling hoogte dwangsom in asielzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Roermond had eerder het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen. Verweerder heeft de aanvraag ingewilligd, maar geen rechterlijke dwangsom vastgesteld.
Eiser is het niet eens met de vaststelling van de hoogte van de dwangsom die aan de eerdere uitspraak was verbonden. De rechtbank onderzoekt haar bevoegdheid om hierover te oordelen en concludeert dat zij kennelijk onbevoegd is. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de vaststelling van de hoogte van een dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling, maar een civielrechtelijke kwestie.
Daarom moet eiser zich wenden tot de burgerlijke rechter. De rechtbank wijst het beroep af wegens onbevoegdheid en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Derksen en griffier Mamedova, en kan binnen zes weken worden bestreden door verzet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de vaststelling van de hoogte van de dwangsom en verwijst eiser naar de burgerlijke rechter.