ECLI:NL:RBDHA:2020:15200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste nationaliteitsgegevens en oplegging inreisverbod
Eiser, van Syrische nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd vanwege vrezen voor vervolging in Syrië. Later bleek uit een individueel ambtsbericht dat eiser ook de Armeense nationaliteit bezit en een Armeens paspoort heeft, wat hij heeft verzwegen. Verweerder trok daarop de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in en legde een inreisverbod op.
Eiser betwistte de juistheid van het ambtsbericht met een verklaring van de Armeense ambassade, maar kon niet aantonen dat hij geen Armeens paspoort bezit. De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht zorgvuldig en objectief tot stand is gekomen, mede bevestigd door een REK-check, en dat verweerder aan zijn vergewisplicht heeft voldaan.
De rechtbank concludeerde dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt en relevante documenten heeft achtergehouden, waardoor de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod terecht zijn opgelegd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod is ongegrond verklaard.