ECLI:NL:RBDHA:2020:15199
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering plaatsing mvv-visumsticker
Verzoekster, een Chinese nationaliteit, diende op 16 januari 2020 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel arbeid als kennismigrant. Op 25 februari 2020 ontving zij een kennisgeving dat er geen bezwaar was tegen de afgifte van de mvv, maar de daadwerkelijke plaatsing van de mvv-visumsticker in haar paspoort werd door de Nederlandse vertegenwoordiging in China geweigerd op 31 juli 2020.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze kennelijke weigering en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de plaatsing van de mvv-sticker af te dwingen. De rechtbank overwoog dat de kennisgeving en de plaatsing van de mvv-sticker drie afzonderlijke besluiten zijn met verschillend rechtsgevolg. De kennisgeving is geen onvoorwaardelijk besluit en de weigering tot plaatsing van de sticker is geen feitelijke handeling in de zin van artikel 72 lid 3 Vreemdelingenwet Pro, omdat er een andere adequate bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) en concludeerde dat het bezwaar tegen de weigering waarschijnlijk niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering tot plaatsing van de mvv-sticker wordt afgewezen.