ECLI:NL:RVS:2015:2423
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid beroep op discretionaire bevoegdheid staatssecretaris
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde tegen het besluit van de staatssecretaris om het bezwaar tegen een brief van de burgemeester van Middelburg niet-ontvankelijk te verklaren.
De burgemeester had in een brief een beroep gedaan op de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris om aan de vreemdeling een verblijfsvergunning te verlenen. De staatssecretaris reageerde afwijzend. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat de reactie van de staatssecretaris geen besluit in de zin van de Awb vormt.
Het hoger beroep richtte zich onder meer op de vraag of de burgemeester een rechtstreeks belang heeft en of de reactie van de staatssecretaris een rechtens relevante handeling jegens de vreemdeling is. De Afdeling overwoog dat het belang van de burgemeester niet direct verband houdt met de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling en dat de reactie geen besluit of rechtens relevante handeling is.
Verder werd bevestigd dat de vreemdeling nog steeds een aanvraag om een discretionaire verblijfsvergunning kan indienen en dat er geen sprake is van een onevenredig bezwarende situatie. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.