Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd vanwege het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
De vreemdeling betwistte niet de zware gronden dat hij zonder inreisstempel Nederland was binnengekomen en zich aan toezicht had onttrokken. Ook werd niet aannemelijk gemaakt dat hij pas kort in Nederland verbleef. De rechtbank oordeelde dat deze gronden de maatregel rechtvaardigen. Tevens werd het beroep op toepassing van een lichter middel afgewezen omdat de vreemdeling geen omstandigheden had aangevoerd die dat zouden rechtvaardigen.
Verder voerde de vreemdeling aan dat vanwege de coronamaatregelen geen zicht op uitzetting naar Marokko bestond. De rechtbank stelde dat dit slechts een tijdelijke belemmering is en dat er geen aanwijzingen zijn dat een laissez-passer niet binnen redelijke termijn wordt verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken door rechter D. Verduijn op 14 december 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.