ECLI:NL:RBDHA:2020:15020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000 ongegrond verklaard
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een maatregel van bewaring die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden, met name het feit dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, voldoende waren toegelicht en dat het feit dat eiser na binnenkomst een asielaanvraag heeft ingediend hieraan niet afdoet. Daarnaast was eiser niet in staat om zijn verblijf in een medische opvanglocatie aannemelijk te maken, waardoor verweerder terecht geen lichter middel toepaste.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.