ECLI:NL:RBDHA:2020:14917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslistermijn verlengd tot zestien weken bij te late beslissing op asielaanvraag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank stelt vast dat verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, te laat is met het nemen van een besluit en dat eiseres hem op 6 januari 2020 in gebreke heeft gesteld.
Verweerder erkent de vertraging en wijst op achterstanden door een toename van asielaanvragen en de samenstelling daarvan. Hij kan geen concrete termijn geven voor beslissing en kan geen voorrang verlenen aan zaken met beroep tegen niet tijdig beslissen zonder nadelige gevolgen voor eerdere aanvragen.
De rechtbank acht een beslistermijn van zestien weken passend, aansluitend bij het 8+8 wekenmodel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en legt deze termijn op. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor overschrijding, met een maximum van €7.500. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank legt een beslistermijn van zestien weken op met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten.