Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, werd op 27 oktober 2020 de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank constateerde dat eiser de gronden voor de bewaring niet betwistte, maar twijfelde aan het redelijke vooruitzicht op uitzetting vanwege de coronapandemie. De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke belemmering van uitzetting door corona geen reden is om de bewaring te verwerpen, mede omdat een laissez-passer aanvraag was ingediend en er geen aanwijzingen waren dat deze niet binnen redelijke termijn zou worden verstrekt.
Eiser voerde aan dat er onvoldoende motivering was voor het niet toepassen van een lichter middel en dat meerdere vertrekgesprekken onterecht werden genoemd. De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was, inclusief persoonlijke omstandigheden van eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. Schuman en griffier S. Bazaz op 13 november 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.