Uitspraak
1.ECLI:NL:RBDHA:2020:6088
3.ECLI:NL:RVS:2020:1560
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op € 1.442,-;
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank stelt vast dat verweerder in gebreke is gebleven en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank verwijst naar de wettelijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die een dwangsom voorschrijven bij overschrijding van beslistermijnen. Verweerder had nagelaten de dwangsom vast te stellen, waarop de rechtbank dit alsnog doet en het bedrag op €1.442,- stelt voor de periode van 1 september 2019 tot 13 oktober 2019.
Verweerder heeft aangegeven dat door achterstanden en de impact van het coronavirus geen concrete termijn gegeven kan worden voor besluitvorming en verzoekt om een langere termijn. De rechtbank volgt dit deels en legt een beslistermijn van zestien weken op, conform het 8+8 wekenmodel dat ruimte biedt voor een eerste gehoor en zorgvuldige besluitvorming.
De rechtbank verwerpt het standpunt van verweerder dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn en wijst op het belang van een redelijke termijn en zorgvuldige procedure. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €262,50 aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege de coronamaatregelen en benadrukt dat verweerder binnen de gestelde termijn een besluit moet nemen en de dwangsom moet voldoen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom van €1.442,- op en stelt een beslistermijn van zestien weken voor de Staatssecretaris vast.