ECLI:NL:RBDHA:2020:13890
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsdocument wegens schijnhuwelijk
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER om bij haar echtgenoot met Spaanse nationaliteit te verblijven. De staatssecretaris weigerde dit op grond van de Vreemdelingenwet 2000, stellende dat sprake was van een schijnhuwelijk met als doel misbruik van het recht op vrij verkeer.
De rechtbank nam kennis van het simultane gehoor met eiseres en haar echtgenoot, waarbij tegenstrijdigheden in hun verklaringen werden vastgesteld over essentiële onderdelen zoals de eerste ontmoeting, samenwonen en kinderwens. Eiseres voerde aan dat miscommunicatie met de tolk de verschillen verklaarde, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht een vermoeden van misbruik had en dat de indicatoren voor nader onderzoek voldoende waren. De rechtbank verwierp het beroep en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat de uitzetting reeds werd toegestaan na de uitspraak. Er was geen schending van de hoorplicht en geen aanleiding tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard wegens een schijnhuwelijk.