Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Nigeriaanse vreemdeling tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem in bewaring te stellen op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was opgelegd vanwege een concreet aanknopingspunt voor een overdracht op grond van de Dublinverordening en het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser voerde aan dat een lichter middel, zoals een vrijheidsbeperkende maatregel met meldplicht, passend zou zijn geweest, temeer daar hij niet eerder in bewaring was gesteld. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was, mede vanwege het feit dat eiser eerder niet was verschenen bij een geplande overdracht op 6 november 2019 en dat een nieuwe vlucht gepland stond op 11 september 2020.
De rechtbank stelde dat het belang van de overdracht naar Italië zwaarder woog dan het belang van eiser om in vrijheid te blijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.