ECLI:NL:RBDHA:2020:13251
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in geschil over geluidsoverlast
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele procedure over geluidsoverlast tussen buren. Verzoeker voelde zich niet gehoord en vond dat zijn stukken onvoldoende werden gewaardeerd. Tevens was hij het oneens met een tussenvonnis waarin een getuige-deskundige werd benoemd en de kosten deels aan hem werden opgelegd.
De kantonrechter reageerde schriftelijk op het wrakingsverzoek en gaf aan niet in de wraking te berusten. De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat niet het geval was. Het feit dat verzoeker het niet eens is met (tussen)beslissingen vormt geen grond voor wraking, aangezien dit onder het gesloten stelsel van rechtsmiddelen valt.
De wrakingskamer besloot het verzoek af te wijzen, het proces in de hoofdzaak voort te zetten en de beslissing aan alle betrokkenen toe te zenden. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en het proces wordt voortgezet.