ECLI:NL:RBDHA:2020:12520
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag reservist Defensie wegens ontbreken nieuwe functie binnen reservistenbestand
Eiser was reservist bij Defensie en kreeg bij besluit van 15 april 2019 eervol ontslag met ingang van 1 mei 2019, omdat hij geen nieuwe functie binnen het reservistenbestand kon vinden. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd. Eiser stelde dat er wel voldoende functies waren en dat hij niet adequaat was betrokken bij de toewijzing van functies, onder meer wijzend op een schikking en een brief van de Commissie Langlopende zaken Defensie.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag op grond van artikel 39, vijfde lid, AMAR rechtmatig was omdat handhaving van de dienstverhouding niet langer nodig was. Het feit dat er na het ontslag nog vacatures waren, was niet relevant voor het moment van ontslag. De stelling van eiser dat verweerder in de bezwaarfase niet heeft onderzocht of hij alsnog een functie kon krijgen, werd niet gevolgd. Ook werd onvoldoende onderbouwd dat eiser is tegengewerkt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.E. Dutrieux op 11 december 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het eervol ontslag van eiser als reservist bij Defensie is ongegrond verklaard.