Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
causale nekklachten. Dat dergelijke klachten incidenteel hoofdpijn geven, misselijkheid en een licht gevoel in het hoofd heeft [de neuroloog] kennelijk niet onaannemelijk geacht, zodat daarvan eveneens bij de verdere beoordeling moet worden uitgegaan. Voorts heeft [de neuroloog] vastgesteld dat sprake is van een lichte beperking van de belastbaarheid van de cervicale wervelkolom, naast een lichte beperking wat betreft het verrichten van werkzaamheden boven schouderniveau. Die laatste vaststelling is gestoeld op
klachten van pijn bij de schouderbladen, zonder uitstraling naar de rug, de schouderkop of de armen. Daarnaast vermeldt [de neuroloog] verwerkings- en acceptatieproblemen als gevolg van het ongeval. Van cerebrale aandoeningen is geen sprake. De door [verzoekster] aangegeven cognitieve klachten kunnen dan ook niet medisch worden verklaard. Wel heeft [de neuroloog] aangegeven dat de ervaren
concentratie- en geheugenproblemenmoeten worden gezien in het licht van de bestaande verwerkings- en acceptatieproblematiek. Voorts acht hij het aannemelijk dat [verzoekster] verminderd belastbaar is door
energieverliesals gevolg van de chronische pijnklachten (die weer voortvloeien uit genoemde nek- en schouderklachten). De gemelde concentratie- en geheugenproblemen en energieverlies zijn op grond van hetgeen daarover door [de neuroloog] is opgetekend voldoende geobjectiveerd; derhalve moet ook daarvan bij de verdere beoordeling worden uitgegaan.