ECLI:NL:RBDHA:2020:11486
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzet tegen beslistermijn in asielprocedure onder 8+8 wekenmodel
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een buitenzittingsuitspraak waarin de rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid binnen een termijn van 8+8 weken een besluit moet nemen op de asielaanvraag van de opposant. De opposant betwistte de toepassing van dit model omdat zijn zaak onder de Taskforce viel, waar andere termijnen gelden.
De rechtbank heeft in haar uitspraak bevestigd dat het 8+8 wekenmodel terecht is toegepast, aangezien nog geen aanvang was gemaakt met de procedure en de Taskforce-werkwijze daaraan niets verandert. De opposant heeft geen nieuwe feiten of bewijsstukken aangevoerd die een afwijking van het model rechtvaardigen. Een brief waarnaar werd verwezen is niet overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat er geen reden was om de opposant of de staatssecretaris extra gelegenheid te geven zich uit te laten over de termijnproblematiek. Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de eerdere buitenzittingsuitspraak blijft in stand. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en de beslistermijn van 8+8 weken blijft van toepassing.