Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 25 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g van de Vw 2000. Daarnaast is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar, gerekend vanaf de datum dat hij Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.
Overwegingen
Terugwijzing door de Afdeling
- eiser is homoseksueel;
- eiser heeft in Afghanistan een (seksuele) relatie gehad met [naam] ;
- de problemen die uit de relatie met [naam] zijn voortgekomen.
volledigerelaas aantasten”. Blijkens de werkinstructie “betekent een integrale toets echter niet dat de ongeloofwaardigheid van één element
automatischdoorwerkt naar andere elementen”. De rechtbank stelt vast dat, hoewel de gestelde herkomst niet als element is geduid, de motivering waarom (ernstig) wordt getwijfeld aan het asielrelaas niet begrijpelijk is. Eiser heeft verklaard hoe en wanneer hij heeft ontdekt dat hij homoseksueel is en wat dat betekent als je ergens woont en opgroeit waar dat niet is toegestaan. Verweerder acht in ieder geval geloofwaardig dat eiser uit Afghanistan komt zodat verweerder niet had kunnen tegenwerpen dat op voorhand (ernstig) wordt getwijfeld aan de verklaringen over de seksuele geaardheid vanwege de niet aannemelijk gemaakte herkomst. De beroepsgrond van eiser dat verweerder hiermee in strijd met zijn werkinstructie heeft gehandeld slaagt.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;