ECLI:NL:RVS:2020:3120
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 oktober 2018 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 november 2020 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vernietigende vonnis van de rechtbank op te schorten. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat het vonnis van de rechtbank in hoger beroep in stand zal blijven. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, zodat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan het vonnis totdat het hoger beroep is behandeld. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft het vernietigde besluit van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.