ECLI:NL:RBDHA:2020:11256
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens bescherming in andere EU-lidstaat
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij bescherming geniet in Griekenland. De rechtbank overweegt dat bij een niet-ontvankelijke aanvraag geen ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM Pro plaatsvindt en dat eiseres een aparte aanvraag moet indienen voor een verblijfsvergunning regulier in het kader van familie en gezin.
Eiseres voert aan dat terugkeer naar Griekenland haar blootstelt aan onaanvaardbare leefomstandigheden, waaronder gebrek aan medische zorg en extreme armoede, en beroept zich op het AIDA-rapport en jurisprudentie van het HvJEU. De rechtbank oordeelt echter dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt op een schending van artikel 4 van Pro het Handvest of artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank wijst erop dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat de situatie in Griekenland voor statushouders niet zodanig slecht is dat terugkeer verboden is. Eiseres heeft bovendien geen pogingen ondernomen om haar rechten in Griekenland te effectueren. Haar medische klachten zijn niet ernstig genoeg om bijzondere kwetsbaarheid aan te nemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.