Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 oktober 2020 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
[werkneemster] (de werkneemster), te [woonplaats] .
Rechtbank Den Haag
De werkneemster viel uit wegens een neurologische infectieuze aandoening en had beperkte belastbaarheid. De werkgever startte reïntegratie-inspanningen, maar deze werden door het UWV als onvoldoende beoordeeld, wat leidde tot een loonsanctie van maximaal 52 weken. De werkgever stelde dat de werkneemster geen benutbare mogelijkheden had en baseerde zich op adviezen van de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank analyseerde diverse medische rapporten, waaronder een neuropsychologisch onderzoek van Ergatis dat beperkingen medisch objectiveerde en een functionele mogelijkheden lijst opstelde. Verzekeringsartsen concludeerden dat er wel benutbare mogelijkheden waren en dat de werkgever onvoldoende had gedaan om passende arbeid te vinden. Het rapport van Heliomare, ingediend in hoger beroep, bevestigde de beperkingen maar bood geen aanleiding tot twijfel aan eerdere conclusies.
De rechtbank stelde dat het volgen van adviezen van de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige geen deugdelijke grond vormde voor onvoldoende reïntegratie-inspanningen. De toekenning van een IVA-uitkering aan de werkneemster kon niet worden gebruikt om de reïntegratieverplichtingen van de werkgever te beoordelen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de loonsanctie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende reïntegratie-inspanningen.