Eiseres, met ernstige lichamelijke beperkingen, ontvangt sinds 2007 ondersteuning bij het huishouden. Na een herbeoordeling in 2019 wees verweerder een aanvraag voor intensieve hulp af, maar na bezwaar werd een maatwerkvoorziening toegekend met een indicatie in resultaatgebieden en later een urenindicatie van 9 uur en 15 minuten.
Eiseres betoogde dat de urenindicatie onvoldoende was, met name voor warme maaltijden, regievoering en extra schoonmaak door incontinentie. De rechtbank oordeelde dat de indicatie voor zwaar huishoudelijk werk correct was vastgesteld, waarbij alleen essentiële leefruimtes werden meegeteld. Voor warme en koude maaltijden stelde de rechtbank vast dat de urenindicatie onvoldoende was, omdat de berekening alleen doordeweeks was en niet het weekend omvatte.
De rechtbank vernietigde het besluit voor de maaltijden en kende een indicatie toe van 210 minuten voor koude en 210 minuten voor warme maaltijden, tezamen 420 minuten. De totale indicatie voor huishoudelijke hulp werd daarmee vastgesteld op 11 uur en 15 minuten per week. Andere betwiste onderdelen, zoals regievoering en extra schoonmaak, werden niet toegewezen wegens gebrek aan objectieve onderbouwing.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen het eerdere besluit werd niet-ontvankelijk verklaard, terwijl het beroep tegen het wijzigingsbesluit gegrond werd verklaard.