ECLI:NL:RBDHA:2019:9772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering mvv wegens ontbreken feitelijke gezinsband met biologisch kind
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van artikel 8 EVRM Pro, verblijf bij haar biologische vader (referent). Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres niet feitelijk tot het gezin van referent behoorde en onvoldoende feitelijke invulling was gegeven aan het gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet was geboren uit een reëel huwelijk of daarmee gelijk te stellen relatie. Referent had verklaard meerdere keren contact te hebben gehad met eiseres, maar dit was onvoldoende om een feitelijke gezinsband aan te nemen. Er was geen bewijs van samenwoning, financiële ondersteuning of daadwerkelijke zorg en opvoeding.
De rechtbank bevestigde dat de enkele biologische verwantschap niet volstaat voor bescherming onder artikel 8 EVRM Pro. Ook werd geoordeeld dat verweerder de belangen van het kind voldoende had meegewogen en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Karsten-Badal op 5 september 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de mvv wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband.