ECLI:NL:RBDHA:2019:9264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid tweede asielaanvraag ondanks verlopen verblijfsvergunning in Italië
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een tweede asielaanvraag in Nederland in nadat zijn eerdere aanvraag niet-ontvankelijk was verklaard omdat hij internationale bescherming genoot in Italië. Hoewel zijn verblijfsvergunning in Italië was verlopen, stelde eiser dat de situatie in Italië slecht was en dat hij geen recht had op werk of studie. Verweerder verklaarde de tweede aanvraag wederom niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000, omdat internationale bescherming in Italië voortduurde.
Eiser voerde aan dat de vergunning van rechtswege was verlopen en verweerder de Dublinverordening had moeten toepassen. Ook stelde hij dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom zijn wens om bij familie in Nederland te verblijven niet werd meegewogen. De rechtbank oordeelde dat internationale bescherming pas eindigt bij intrekking of beëindiging en dat de Italiaanse autoriteiten bevestigden dat bescherming voortduurde.
Hoewel verweerder niet had meegewogen dat ook de ouders van eiser inmiddels in Nederland verblijven, was dit gebrek niet doorslaggevend. De rechtbank vond de motivering van verweerder dat eiser sterkere banden met Italië heeft toereikend en liet het besluit in stand. Wel veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de tweede asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.