ECLI:NL:RVS:2017:1971
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Italië
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde op 1 juli 2016 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk en beval onmiddellijke vertrek uit Nederland, omdat de vreemdeling internationale bescherming geniet in Italië. De rechtbank verklaarde dit besluit onterecht en vernietigde het, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State overwoog dat het enkele verlopen van de verblijfsvergunning in Italië niet betekent dat de internationale beschermingsstatus is beëindigd. De Italiaanse autoriteiten hadden bevestigd dat de bescherming nog steeds geldt. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarden van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 3.106a, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, waardoor de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Verder verwierp de Afdeling de bezwaren van de vreemdeling over procedurefouten en het niet direct toezenden van correspondentie. Ook het argument dat het onduidelijk is hoe het na terugkeer in Italië zal gaan, faalde omdat de vreemdeling begunstigde is van subsidiaire bescherming in Italië.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft niet-ontvankelijk wegens internationale bescherming in Italië.