ECLI:NL:RBDHA:2019:8607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtens te respecteren belang bij vaststelling nationaliteit staatloze asielzoeker
Eiser, een staatloos Palestijn van Syrische afkomst, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag ingewilligd, waarbij in het besluit werd vermeld dat de nationaliteit van eiser onbekend is. Eiser stelde dat hij staatloos is en dat dit in het besluit vermeld had moeten worden. Hij voerde aan dat verweerder ten onrechte niet gemotiveerd heeft waarom de staatloosheid niet werd erkend.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris niet verplicht is om de nationaliteit van een vreemdeling vast te stellen indien dit niet noodzakelijk is voor de beslissing op de asielaanvraag. De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat voor de vaststelling van nationaliteit een andere rechtsgang openstaat. Omdat de asielaanvraag was ingewilligd, zag de rechtbank geen belang bij de beoordeling van het beroep van eiser.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te respecteren belang.