ECLI:NL:RVS:2017:3385
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vermelding nationaliteit in verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris verleende op 21 juni 2016 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. De vreemdeling maakte bezwaar tegen het besluit omdat daarin zijn nationaliteit als onbekend werd vermeld, terwijl hij stelde staatloos Palestijn te zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de nationaliteit als staatloos moest worden vermeld, met het oog op een gunstigere rechtspositie voor naturalisatie.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en betoogde dat de vaststelling van staatloosheid niet binnen de asielprocedure plaatsvindt en dat het besluit niet strekt tot wijziging van gegevens in de Basisregistratie Personen (BRP). De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de vreemdeling belang had bij de beoordeling van het beroep, aangezien de wijziging van nationaliteitsgegevens een aparte procedure vereist.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.