Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 augustus 2019 in de zaken tussen
[EISER], wonende te [PLAATS], eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan de Rijn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Huur van de staanplaats
- Verbruik van electriciteit tot 200 kWh, daarboven € 0,31 per kWh
- Parkeerplaats voor 1 auto
- Afvoer huisvuil
- Water wordt per kubieke meter afgerekend € 2,25 p/m³ (via watermeter)
- Het object betreft een recreatieterrein dat als zodanig is bestemd en ook als zodanig wordt geëxploiteerd. Eiser verhuurt op het terrein staanplaatsen waar huurders een eigen chalet of stacaravan op kunnen plaatsen. Hierdoor dient het terrein te worden aangemerkt als een recreatieterrein zoals bedoeld in artikel 16, onder e van de Wet WOZ.
- Het recreatieterrein dient als geheel te worden gewaardeerd. Vervolgens dient hierop een correctie voor de waarde van de chalets en stacaravans te worden toegepast. Ook wanneer door natrekking wel sprake zou zijn van juridische eigendom, dient de waarde van de opstallen in mindering te worden gebracht op de waarde van het geheel. Anders is immers sprake van ongerechtvaardigde verrijking zoals bedoeld in artikel 6:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
- Wanneer de rechtbank oordeelt dat sprake is van een juiste objectafbakening, geldt dat verweerder de waarde van de chalets en stacaravans te hoog heeft vastgesteld.