ECLI:NL:RBDHA:2019:7266
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen maatregel van bewaring na niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende zijn vierde opvolgende asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen of buiten behandeling gesteld. Verweerder legde hem een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet 2000, nadat de laatste asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van nieuwe elementen.
Eiser voerde aan dat op grond van het arrest Gnandi en de beschikking C.J. en S. hij niet opnieuw in bewaring had mogen worden gesteld tijdens de rechtsmiddelentermijn, omdat dit zijn rechten onder de Opvangrichtlijn zou schenden. De rechtbank oordeelde echter dat deze jurisprudentie niet van toepassing is op niet-ontvankelijk verklaarde opvolgende asielaanvragen en dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd is gezien het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt.
De rechtbank stelde vast dat eiser meerdere keren met onbekende bestemming vertrok, niet aan zijn meldplicht voldeed en asielaanvragen indiende om terugkeer te vertragen. De opgelegde maatregel van bewaring was proportioneel en noodzakelijk gezien de omstandigheden. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.