Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eiser,
gedaagde,
1.De procedure
2.Rechtsoverwegingen
“welke naar hun aard zijn bestemd om te werken na de beëindiging van de samenleving”.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak staat centraal of een bijzonder partnerpensioen uit een notariële samenlevingsovereenkomst ook na beëindiging van de samenleving toekomt aan de tussenkomende partij. Eiser stelt dat met het ontbinden van de samenlevingsovereenkomst alle aanspraken, waaronder het bijzonder partnerpensioen, zijn vervallen. De tussenkomende partij betwist dit en stelt dat zij nooit afstand heeft gedaan van haar aanspraak.
De kantonrechter past de Haviltex-formule toe bij de uitleg van artikel 18 van Pro de samenlevingsovereenkomst, waarin het partnerpensioen is geregeld. Uit de tekst blijkt niet expliciet of dit recht na beëindiging van de samenleving doorwerkt, maar gelet op de aard van het recht op partnerpensioen en het feit dat dit recht pas op pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgeoefend, is het oordeel dat artikel 18 ook Pro na het einde van de samenleving werking heeft.
Omdat de tussenkomende partij nooit afstand heeft gedaan van haar aanspraak op het bijzonder partnerpensioen, moet Aegon als pensioenuitvoerder dit pensioen toekennen. De vordering van eiser wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen en de aanspraak op bijzonder partnerpensioen blijft bestaan.