ECLI:NL:RBDHA:2019:5495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling met Marokkaanse nationaliteit
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die in december 2017 Nederland is binnengekomen, kreeg op 2 mei 2018 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen. Omdat eiser niet aan dit besluit voldeed en de EU niet verliet, bleef het terugkeerbesluit van kracht. Op 3 augustus 2018 legde de minister een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 3 augustus 2018 geen nieuw rechtsgevolg heeft, waardoor zij zich onbevoegd verklaart om van het beroep daarop kennis te nemen. Ten aanzien van het inreisverbod stelt de rechtbank vast dat dit rechtmatig is opgelegd omdat eiser niet vrijwillig de EU heeft verlaten. De door eiser aangevoerde persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van justitiële documentatie rechtvaardigen geen afwijking.
De rechtbank concludeert dat het inreisverbod niet onrechtmatig is en dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om bijzondere omstandigheden aan te voeren, onder meer met behulp van een tolk. Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het terugkeerbesluit en verklaart het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.