ECLI:NL:RBDHA:2019:5242
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië ongegrond verklaard
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Nederland heeft op grond van de Dublinverordening een verzoek tot terugname van de asielaanvraag aan Italië gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen belemmeringen zijn voor zijn feitelijke overdracht aan Italië. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zich terecht baseert op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem tekortschiet.
Eiser heeft dit niet voldoende onderbouwd en verwees zonder nadere toelichting naar arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De rechtbank acht de enkele verwijzing niet voldoende om het risico van schending van artikel 3 EVRM Pro of het beschermingscriterium van het Handvest aannemelijk te maken.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen motiveringsgebrek in het bestreden besluit en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-inbehandelingname van de asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.