Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 januari 2019 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
9 november 2011 en 14 juli 2011 op het adres [adres] te [plaats] stonden ingeschreven.
1.2 Korte beschrijving onderzoek Politie (DLR)
€ 801.523contant opgenomen.
€ 1.110.932aan bijschrijvingen op de div. bankrekeningen t.n.v. [ [A] ] bevonden.
Omzetbelastingis moeilijk te bepalen omdat het thans niet duidelijk is wanneer een bepaalde omzet werd gegenereerd. Er werden reeds nihil aangiften ingediend en er zijn door de Belastingdienst ambtshalve aanslagen opgelegd met boete. (…)
inkomstenbelastingstaat vast dat er inkomsten werden verkregen die niet in een belastingaangifte werden aangegeven. (…) Op basis van de in het financieel onderzoek van de Politie verkregen informatie is bij benadering het bedrag aan inkomen voor het jaar 2012 gesteld € 374.888 en voor het jaar 2013 € 736.044. De verdeelsleutel van het inkomen is onbekend daarom wordt uitgegaan van een toerekening van het gehele bedrag aan ieder van de verdachten afzonderlijk. Er zal echter nog wel een juiste toerekening moeten plaats vinden naar de jaren 2012 en 2013.
6 maart 2015 een groot aantal producten is aangetroffen dat in verband kan worden gebracht met de handel in medicijnen leidt niet tot een ander oordeel, omdat daaruit niet zonder meer volgt dat in de periode 2012 en 2013 door eiser belaste leveringen zijn verricht. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat ook [X] op het desbetreffende adres was gevestigd.
€ 259.930) en gaat er daarbij van uit dat ook de ontvangsten in het jaar 2012 betrekking hebben op bemiddelingsdiensten van eiser ten behoeve van [X] . Op dergelijke diensten is het algemene tarief voor de omzetbelasting (19% voor 2012 en 21% voor de jaren 2013 e.v.) van toepassing. De verschuldigde belasting bedraagt daarom € 53.477.