Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
feitelijkten minste drie maanden samen met referente in Italië heeft verbleven. De door eiser overgelegde bewijzen van feitelijk verblijf zien uitsluitend op referente en geven geen blijk van een gezamenlijk verblijf aldaar. De uitleg van eiser ter zitting dat referente al langer in Italië woonachtig was, eiser bij haar is gaan wonen en dat het dan ook logisch is dat de bewijzen van feitelijk verblijf op haar naam staan, is onvoldoende om geen enkel bewijsstuk te kunnen overleggen. Verweerder heeft terecht gewezen op het aanvraagformulier en op de brief van verweerder van 20 juni 2018 waarin duidelijk is aangegeven welke stukken eiser diende te overleggen. Nu eiser stelt dat hij al in 2016 naar Italië is vertrokken en daar tot in 2018 heeft gewoond, valt niet in te zien dat eiser in het geheel niet in staat is geweest om enig bewijs te overleggen van bijvoorbeeld tandartsbezoeken, deelname aan een cursus of betalingsbewijzen op zijn naam. De stelling van eiser in beroep dat de Italiaanse autoriteiten uitdrukkelijk hebben ingestemd met het verblijf van eiser als familielid van een burger is niet onderbouwd. Voor zover van die instemming sprake is geweest, kan dit eiser niet baten. Eiser heeft dan nog niet aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk, aaneengesloten langer dan drie maanden met referente in Italië heeft verbleven en daar een gezinsleven heeft opgebouwd of bestendigd.