Woningcorporatie X had in 2011 in het kader van drie nieuwbouwprojecten 90 sociale huurwoningen gesloopt om nieuwe, duurzame woningen te realiseren. X wilde de sloopwoningen verder afwaarderen tot de waarde van de ondergrond, wat zou leiden tot een hoger verlies in de fiscale winstberekening.
De Belastingdienst stelde het verlies aanvankelijk vast op ruim €4 miljoen, maar verhoogde dit later tot ruim €19 miljoen na bezwaar. X vorderde vervolgens een verdere afwaardering van circa €6,3 miljoen. De rechtbank oordeelde dat de situatie niet vergelijkbaar is met het Warenhuisarrest van de Hoge Raad, omdat de sloopwoningen niet als versleten in de zin van dat arrest konden worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat de nieuwbouw een mix van sociale huur, duurdere huur en koop betreft, waardoor de sloop niet leidt tot vervanging van functioneel gelijk vastgoed. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de sloopwoningen niet meer verhuurbaar waren. De rechtbank concludeerde dat het in strijd is met goed koopmansgebruik om de boekwaarde van de gesloopte opstallen in één keer ten laste van het resultaat te brengen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep van X ongegrond en zag geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.