ECLI:NL:RBDHA:2019:3202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ov-schuld wegens niet tijdig stopzetten studentenreisproduct
Eiser kreeg per 1 september 2017 recht op studiefinanciering en een studentenreisproduct, maar beëindigde het reisproduct pas op 26 oktober 2017 terwijl zijn recht op studiefinanciering per 1 november 2017 was beëindigd. Hierdoor ontstond een ov-schuld van €388 wegens het ten onrechte beschikken over een geactiveerd studentenreisproduct in september en oktober 2017.
Eiser voerde aan dat hij in afwachting was van een procedure over een bindend negatief studieadvies, waardoor hij mocht blijven studeren en het reisproduct mocht gebruiken. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig stopzetten van het reisproduct aan eiser kan worden toegerekend, omdat hij niet aannemelijk maakte dat hij mocht blijven studeren en het recht op het reisproduct voortduurde.
De rechtbank bevestigde dat de ov-schuld niet als een bestuurlijke boete of punitieve sanctie geldt, maar als een reparatoire maatregel bedoeld als compensatie voor vervoersbedrijven voor gederfde inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde ov-schuld wordt ongegrond verklaard en de ov-schuld blijft in stand.