ECLI:NL:RBDHA:2019:2299
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning op humanitaire gronden wegens ontbreken schrijnende situatie
Eisers, van Armeense nationaliteit en sinds 2005 in Nederland verblijvend, vroegen een verblijfsvergunning op humanitaire gronden aan. De staatssecretaris stelde de aanvraag buiten behandeling vanwege niet-betaling van leges en weigerde toepassing van discretionaire bevoegdheid.
De rechtbank oordeelde dat eisers vrijgesteld zijn van griffierechten wegens betalingsonmacht. Eisers voerden schrijnende omstandigheden aan, waaronder langdurig verblijf, sociale integratie en medische problemen, maar de rechtbank vond dat de staatssecretaris alle omstandigheden had meegewogen en dat het beroep op schrijnendheid faalde.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en concludeerde dat het handelen van eisers, waaronder het verzwijgen van identiteit en familiegegevens, aan hen moet worden toegerekend. De beroepen tegen de aanvullende besluiten werden ongegrond verklaard, en de rechtbank handhaafde de rechtsgevolgen van het eerste besluit.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eisers en wees de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. De uitspraak werd gedaan door rechter Gielen op 1 maart 2019.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de weigering van de verblijfsvergunning wegens het ontbreken van een schrijnende situatie en verklaart de beroepen tegen aanvullende besluiten ongegrond.