Uitspraak
verzoeker in de hoofdzaak en het incident,
gemachtigde: mr. P. van Wegen,
verweerder in de hoofdzaak en het incident,
gemachtigde: mr. E.S. Stal.
2.Feiten
3.Het (provisioneel) verzoek
5.De Beoordeling
NJ2000/190;
JAR2000/45 (
Prins/Hema)). Daarbij dient de dringende reden onverwijld aan de wederpartij te worden meegedeeld (artikel 7:677 lid 1 BW Pro). De strekking hiervan is dat voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk behoort te zijn welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt tot het beëindigen van de dienstbetrekking. De wederpartij moet zich immers na de mededeling kunnen beraden of zij de opgegeven reden(en) als juist erkent en als dringend aanvaardt (zie bijvoorbeeld: HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3126,
NJ2014/498).