Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres 2], het kind, gezamenlijk: eiseressen,
Rechtbank Den Haag
Eiseressen, afkomstig uit Chili, kregen verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd als gezinsleden van de referent. De Staatssecretaris trok deze vergunningen met terugwerkende kracht in en legde een inreisverbod op wegens het achterhouden van gegevens, met name de opzegging van de arbeidsovereenkomst van de referent. De rechtbank stelt vast dat hoewel gegevens zijn achtergehouden, dit niet automatisch frauduleus handelen betekent in de zin van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De rechtbank benadrukt dat de Staatssecretaris onvoldoende heeft beoordeeld of eiseressen ten tijde van het besluit voldeden aan het middelenvereiste, een essentieel criterium voor gezinshereniging. Ook de motivering omtrent het subjectieve element van fraude, namelijk de intentie om voorwaarden te omzeilen, is onvoldoende onderbouwd.
Verder oordeelt de rechtbank dat de inkomsten uit studiefinanciering van de referent niet als sociale bijstand mogen worden aangemerkt, waardoor deze wel meetellen als zelfstandige middelen van bestaan. De rechtbank beveelt de Staatssecretaris aan het besluit te herzien met een volledige en zorgvuldige toetsing, inclusief een belangenafweging conform het EVRM en expliciete aandacht voor het belang van het kind.
Tot slot wijst de rechtbank op lopende prejudiciële vragen over de toepassing van artikel 16 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn en benadrukt dat het kind waarschijnlijk niet op de hoogte was van de achtergehouden informatie. De uitspraak betreft een tussenuitspraak die partijen in de gelegenheid stelt het besluit te laten herstellen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Staatssecretaris het besluit te herzien met een volledige toetsing en motivering binnen zes weken.