Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Geldigheid van de dagvaarding
4.Vrijspraken en bewijsoverwegingen
verhandelenvan een wapen en/of munitie en niet het
voorhanden hebben,
overdragen en/of ter beschikking stellendaarvan; voor die laatstgenoemde onderdelen dient eveneens vrijspraak te volgen.
handelingen, zoals deze aan hem zijn ten laste gelegd, gebruik heeft gemaakt van
middelenin de zin van artikel 237f eerste lid, aanhef en onder 1, Sr. Daarbij is van belang dat, zodra het hanteren van een van deze middelen bewezen wordt verklaard, de (eventuele) instemming van aangeefster met de uitbuitingssituatie niet meer relevant is.
voorde verdachte in de prostitutie werkzaam was, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende (steun)bewijs. Behalve uit de aangifte blijkt namelijk onvoldoende dat [slachtoffer] in de ten laste gelegde periode (een groot deel van) het door haar in de prostitutie verdiende geld aan de verdachte heeft afgestaan, dat hij haar daartoe op enigerlei wijze heeft gedwongen of bewogen of dat hij opzettelijk voordeel heeft getrokken uit onvrijwillige prostitutie van [slachtoffer] . Hoewel, zoals overwogen, uit het dossier voorts in voldoende mate blijkt dat de verdachte aangeefster heeft mishandeld, ziet de rechtbank onvoldoende steun voor de stelling dat deze mishandeling is gepleegd om [slachtoffer] te dwingen of te bewegen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, of daar op enige wijze voordeel uit te trekken. Het causaal verband tussen de mishandeling(en) en deze arbeid of diensten kan, behalve uit de aangifte, niet uit het dossier worden afgeleid. Hetzelfde geldt, naar het oordeel van de rechtbank, voor het bestaan van andere dwangmiddelen en/of hun relatie met de prostitutie van [slachtoffer] .
bedrijfsmatig verhandelenvan vuurwapens en/of munitie, zoals bedoeld in artikel 9 WWM Pro. Hoewel de term verhandelen niet is gedefinieerd in de wettekst van de WWM of de daarbij behorende Memorie van Toelichting, gaat de rechtbank - anders dan de verdediging - uit van een ruime interpretatie, die meer omvat dan de in- en verkoop van wapens en/of munitie of overdracht daarvan. De rechtbank overweegt daartoe dat overeenkomstig de Richtlijn (EU) 2017/853 [22] onder
verhandelenniet alleen de activiteiten van een wapenhandelaar, maar ook de activiteiten van een wapen
makelaarvallen. Als wapenmakelaar kan worden beschouwd iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens handel geheel of gedeeltelijk bestaat uit het onderhandelen over of regelen van transacties voor de aankoop, verkoop of levering van vuurwapens, essentiële onderdelen daarvan of munitie. [23]
zonder erkenningniet in de tenlastelegging is opgenomen, zal de rechtbank dit als een kennelijke verschrijving beschouwen en de tenlastelegging in die zin verbeterd lezen. De kern van het verwijt ligt immers in het verbod te handelen in wapens en munitie en daar is in onderhavige zaak sprake van.
bij het verhandelen.
primair
zonder erkenningwapens, in de zin van artikel 1 onder Pro 3, gelet op artikel 2 lid Pro 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te weten twee revolvers (merk Taurus model 66) heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt.
primair
zonder erkenningeen wapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3, gelet op artikel 2
primair
zonder erkenningeen wapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 van de Wet wapens en Munitie, te weten een pistool (merk Glock, model 26,) heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt;
primair
zonder erkenningeen wapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3, gelet op artikel 2 lid Pro 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te weten: een pistool (merk Crvena Zastava, model 70, heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt;
primair
zonder erkenningeen wapen, in de zin van artikel 1 onder Pro 3, gelet op artikel 2 lid Pro 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te weten: een pistool (merk Zastava, model M70) heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
wapenmakelaareen bijdrage geleverd aan het veelvuldig en ongecontroleerd verspreiden van diverse vuurwapens binnen het criminele circuit. Hoewel bewezen is verklaard dat de verdachte vijf wapens heeft verhandeld, kan uit het dossier worden afgeleid dat het in werkelijkheid om een veel grotere hoeveelheid wapens gaat. Het ongecontroleerde bezit van wapens in zijn algemeenheid brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot onveiligheid in de maatschappij. De illegale handel in vuurwapens dient dan ook streng te worden bestraft.
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
3 (DRIE) JAREN;
en/of hoe lang de klant was geblevenen/of na een klant langs te komen om het verdiende geld op te halen,
dat hij, verdachte, de ouders en het broertje van die [slachtoffer] dood zal maken en/ofdit/deze dreigement(en) kracht bij gezet door die [slachtoffer]