ECLI:NL:RBDHA:2019:14417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens status in Italië
Eiser, een Malinese staatsburger en statushouder in Italië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Italië.
Eiser voerde aan dat hij door het Salvini-decreet in Italië geen materiële opvang ontvangt en daardoor risico loopt op leven in erbarmelijke omstandigheden, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro en het Handvest van de grondrechten van de EU zou betekenen. Tevens stelde hij dat de rechten uit de Kwalificatierichtlijn onvoldoende worden gewaarborgd.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat eiser geen zelfstandige woonruimte heeft en moeite heeft met werk vinden, niet leidt tot een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen toegang heeft tot ondersteuning in Italië. Ook de verwijzing naar discriminatie en racisme werd niet voldoende geacht om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.