ECLI:NL:RBDHA:2019:14032
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. P. Kleijn
- M. J. L. van der Waals
- P. T. Heblij
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens gebruik en betrokkenheid bij harddrugs niet onevenredig
Eiseres, militair sinds mei 2018, werd geschorst en vervolgens ontslagen wegens het gebruik van harddrugs en betrokkenheid bij de aanschaf en het gebruik daarvan tijdens haar initiële militaire opleiding. Op 13 juli 2018 gaf zij een schriftelijke verklaring af waarin zij toegaf cocaïne te hebben gebruikt, wat werd bevestigd door verklaringen van collega’s. Verweerder stelde dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat deze verklaringen onwaar zijn en dat hij niet verplicht was een drugstest af te nemen.
Eiseres voerde aan dat haar verklaring onder druk tot stand kwam en dat zij niet volledig verantwoordelijk mocht worden gehouden voor het gedrag, mede omdat zij nog in opleiding was. Ook stelde zij dat het ontslag niet evenredig was en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar collega’s die minder zwaar zouden zijn gestraft.
De rechtbank verwierp deze bezwaren. De verklaringen van collega’s werden als betrouwbaar beschouwd, en het feit dat zij in opleiding was, deed niet af aan haar bewustzijn van de ontoelaatbaarheid van het gedrag. Het ontslag werd als proportioneel beoordeeld gezien de ernst van het wangedrag en haar actieve rol. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat haar gedragingen ernstiger waren dan die van anderen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde dat zowel het schorsings- als het ontslagbesluit op goede gronden berusten. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het ontslag wegens gebruik en betrokkenheid bij harddrugs.