ECLI:NL:RBDHA:2019:13014
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen Dublinbesluit en niet-registertolk in asielprocedure
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende beroep in tegen het besluit van 31 oktober 2019 waarin zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat het gebruik van een niet-registertolk tijdens zijn gehoor onrechtmatig was en dat hij als slachtoffer van mensenhandel in Italië een bijzondere kwetsbare asielzoeker is, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zou gelden.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een niet-registertolk voldoende was gemotiveerd omdat er geen geregistreerde tolk in het Pidgin Engels beschikbaar was en dat eiser niet benadeeld was aangezien hij de tolk goed kon verstaan. Ten aanzien van de kwetsbaarheid van eiser stelde de rechtbank dat hij niet viel onder de categorieën die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak als bijzonder kwetsbaar beschouwen, zoals gezinnen met minderjarige kinderen of ernstige medische problematiek.
Ook het verzoek om aanhouding van de procedure vanwege het willen doen van aangifte van mensenhandel werd afgewezen omdat dit geen invloed heeft op de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalde eveneens wegens het ontbreken van feiten die Nederland zouden verplichten het verzoek te behandelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het Dublinbesluit en het gebruik van een niet-registertolk wordt ongegrond verklaard.