Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 oktober 2019 in de zaken tussen
[eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
€ 40.301 aan heffingsrente aan eiseres vergoed.
€ 1.567.062 aan heffingsrente aan eiseres in rekening gebracht.
€ 391.884 aan heffingsrente aan eiseres in rekening gebracht.
- 2006: € 11.931.000 negatief (de beschikking 2006);
- 2007: € 15.082.000 negatief (de beschikking 2007);
- 2008: € 19.060.000 negatief (de beschikking 2008);
- 2009: € 19.400.000 negatief (de beschikking 2009);
- 2010: € 22.196.000 negatief (de beschikking 2010).
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen betreffende de aanslagen Vpb voor de jaren 2007 tot en met 2010 en de daarbij vastgestelde beschikkingen heffingsrente ongegrond;
- verklaart de beroepen betreffende de beschikkingen 2006 en 2007 ongegrond;
- verklaart de beroepen betreffende de beschikkingen 2008, 2009 en 2010 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover betrekking hebbend op de beschikkingen 2008, 2009 en 2010;
- gelast verweerder de beschikkingen 2008, 2009 en 2010 nader vast te stellen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.532;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333 aan eiseres te vergoeden.